BORSTVERGROTING


Wanneer een borstvergroting?

Het doel van deze operatie is het vergroten van de bestaande borsten. Er wordt geen nieuwe borst gecreëerd, maar de vulling van de bestaande borst wordt door het inbrengen van een prothese van binnenuit vergroot.

Borstvergroting kan als herstel fungeren voor borstweefsel dat als gevolg van zwangerschap, vermagering of veroudering verloren is gegaan. Ook kan het toegepast worden bij licht uitgezakte borsten, die door wat extra vulling steviger worden. Tot slot kan een borstvergroting voor onderontwikkelde borsten een uitkomst bieden.


Hoeveel de borsten groter kunnen worden is afhankelijk van diverse factoren. De chirurg streeft in de eerste plaats naar een beter geproportioneerd lichaam, dat wil zeggen een betere harmonie tussen schouder-, heup- en borstomvang. De mate van de borstvergroting is verder afhankelijk van de hoeveelheid ruimte die beschikbaar is onder de huid. Iemand die weinig borstweefsel bezit en een fijne bouw heeft zal, zolang ze jong is, nauwelijks loszittende of op te rekken huid rond haar borsten hebben. Daarom is voor een dergelijke patiënte in eerste instantie een beperkte borstvergroting mogelijk.



De operatie

De operatie wordt over het algemeen onder volledige narcose uitgevoerd. Voor de operatie wordt met de chirurg uitvoerig overleg gevoerd over de grootte, de soort prothese en de operatietechniek die zal worden gehanteerd.

Er zijn drie verschillende plaatsen waar de prothese operatief kan worden aangebracht.

De drie plaatsen zijn: 1) onder de natuurlijke plooi van de borst, 2) onder de tepel en 3) onder de oksel (zie figuur 1).


Figuur 1. De drie plaatsen waardoor de borstprothese in het lichaam kan worden aangebracht.


Via de snede wordt een holte gemaakt voor plaatsing van de prothese (zie figuur 2). Het maken van deze holte is afgestemd op uw persoonlijke wensen die u vooraf bespreekt met de plastisch chirurg.


Figuur 2. In het gearceerde gebied van de borsten wordt een holte gevormd waarin de prothese wordt aangebracht.


De prothese kan ofwel direct onder het klierweefsel of achter de borstspier worden geplaatst (zie figuur 3). Bij slanke en tengere vrouwen geeft het plaatsen van de prothese achter de borstspier het voordeel van camouflage door een dikkere laag eigen (spier) weefsel over de prothese heen. Ook vrouwen die steeds maar opnieuw kapsels pijnlijke en zichtbare kapsels vormen, zijn soms gebaat met het plaatsen van de prothese direct achter de grote borstspier.


Figuur 3. Een dwarsdoorsnede van de borst laat de locatie van de prothese zien. Deze wordt ofwel direct onder het borstweefsel ofwel onder de borstspier geplaatst.


Tot slot worden de wonden in drie onderhuidse lagen met oplosbare hechtingen gesloten. Soms is het nodig om plastic slangetjes (drains) in te brengen om bloed en wondvocht af te voeren. Meestal kunnen deze drains na 1 à 2 dagen verwijderd worden.


Na de operatie

Na de operatie wordt u wakker met elastisch tape boven en langs uw borsten. De tape dient om de prothesen, zolang ze nog niet stevig op hun plaats zitten, niet te laten verschuiven. Na 7 tot 10 dagen kan de tape worden verwijderd.

De eerste dagen na de operatie zult u het gevoel van zware spierpijn in de borstspier hebben, zodat beweging van de armen gevoelig kan zijn. Na enkele dagen verdwijnt dit ongemak uit zichzelf.

Door wondvocht en bloeduitstortingen kunnen de borsten de eerste paar weken extra gespannen zijn en soms voelt de binnenzijde van de bovenarm de eerste tijd wat gevoelloos aan.

De hechtingen zijn oplosbaar en worden niet verwijderd. Soms wordt een stukje hechtdraad niet helemaal afgebroken door het lichaam en komt aan de buitenkant van de huid tevoorschijn. In dat geval kunt u eerder een afspraak maken voor het verwijderen van het draadje.

Om de borstspieren zoveel mogelijk rust te geven, en zo min mogelijk kans op verschuiving en irritatie rondom de prothese te veroorzaken, adviseren wij u gedurende de eerste zes weken na de operatie:

* niet zwaar te tillen

* geen sporten beoefenen zoals tennis, zwemmen, aerobics, bodybuilding enzovoort

* niet op de buik te slapen

* om de borsten de eerste tijd te beschermen en te ondersteunen adviseren wij u de eerste zes weken dag en nacht een elastische naadloze B.H. te dragen

* de eerste twee weken niet autorijden

* zolang het verband (tape) nog niet is verwijderd, mogen de wonden niet nat worden

* gebruik geen deodorant wanneer de wonden van de drains zich in de oksel bevinden


Complicaties

Ernstige complicaties komen zelden voor. Naast infectie of een nabloeding die bij elke operatie kunnen optreden, is de enige niet altijd te voorkomen complicatie bij borstvergroting een proces dat bindweefsel-kapselvorming wordt genoemd. Bindweefsel-kapselvorming is in feite een overmatige vorm van een natuurlijke reactie van het lichaam op lichaamsvreemd materiaal. De natuurlijke reactie van het lichaam, na het inbrengen van de prothese, is het omringen van de prothese met een vliesdun laagje van littekenachtig bindweefsel. We spreken dan van een kapsel. Dit kapsel gedraagt zich niet bij iedereen hetzelfde. Bij het merendeel van de vrouwen levert het kapsel geen enkel probleem.


Bij sommige vrouwen wordt echter een dikkere laag bindweefsel rondom de prothese gevormd. Het kapsel kan de prothese zodanig omsluiten en inklemmen dat de prothese hard wordt en vervormt. Dit alles kan resulteren in een voelbare en soms zelfs zichtbare prothese. Bij ernstige kapselsamentrekking is een nieuwe operatieve dan ook noodzakelijk. Helaas kan niet voorspeld worden bij wie een dergelijke kapselschrompeling zal gaan optreden.


Het resultaat

Het effect van de borstvergroting is blijvend. Borstonderzoek blijft mogelijk.